Belgisch bier
Orval
De brouwerij van de abdij van Orval is één van de zes Belgische trappistenbrouwerijen.
De abdij is prachtig gelegen in Villers-devant-Orval, nabij Florenville, in de provincie Luxemburg.
U kunt in de omgeving van de abdij prachtige wandelingen maken. Geniet daarna van een heerlijk glas Orval, eventueel met een stukje trappistenkaas, in één van de twee restaurants nabij de abdij.
Gedurende de lange geschiedenis van Orval is er waarschijnlijk altijd een brouwerij geweest. Daarvan getuigen oude plannen, een precieze beschrijving van het fabricatieproces door een franciscaan, 300 jaar geleden en de naam van een plaats, "hoplochting" dicht bij het klooster. Bierbrouwen was inderdaad de gewoonte in deze streken, die zich niet leenden tot wijnbouw. Bier stond in hoog aanzien omwille van zijn voedingswaarde: men noemde het "vloeibaar brood".
Vanaf 1529, wanneer keizer Karel de monniken toelating geeft een ijzersmelterij op te richten om de nodige inkomsten te verwerven om de grote oorlogsschade te herstellen, is de abdij van Orval altijd het toneel geweest van een economische activiteit, die belangrijker was dan nodig voor het levensonderhoud van de gemeenschap.
Toen Orval uit zijn as herrees, na meer dan 130 jaar ruïne, vereiste de heropbouw van de abdij aanzienlijke financiële middelen. De brouwerij werd opgericht om de rol van de vroegere ijzersmelterij over te nemen.
De brouwerij werd in 1931 dus niet gebouwd om werk te geven aan de monniken, die toen reeds brood bakten en kaas maakten. Vanaf het begin werden leken in dienst genomen. De eerste meester-brouwer was een Duitser, Pappenheimer genaamd; hij is begraven op het kerkhof van Villers-devant-Orval.
Hij en de Belg Honoré Van Sande, die tijdens diezelfde periode in de brouwerij werkte, liggen aan de basis van dit zo typische bier. Zij waren stoutmoedig: de combinatie van fabricatiemethoden die zij toepasten komen nergens elders voor. Verschillende van deze methoden, zoals het 'drooghoppen", zijn Engels. Het aroma en de fijnheid van de smaak van het bier is dan ook meer te danken aan de hoppen en de gisten dan aan de gebruikte mouten. Zowel het recept, het glas, de fles als het etiket, zoals wij die nu nog kennen, zijn nog dezelfde als in het begin van de jaren ‘30 van de 20ste eeuw.
Orval bier, als drank even delicaat als wijn, moet donker bewaard worden aan een temperatuur tussen de 10°C en de 15°C. Deze temperatuur is tevens de ideale schenktemperatuur. Gebruik steeds het origineel Orval-glas en drink het bezinksel apart op.
De trappist van Orval is enig. Wegens zijn complex gistingsproces, is de smaak van Orval in onophoudelijke evolutie. Over het algemeen bedraagt het alcohol volume 5,2%. Maar als men het bier een jaar laat rusten kan het alcohol volume tot 7,2% stijgen. Op het etiket staat 6,2% alc. vol. , die de gemiddelde waarde is. De kleur van het bier is amber en heeft een rijke smaak, droog en hoppig met een aroma van salie.
Alcoholgehalte: 6,2 vol %
Orval bierbrouwen
Onder de verschillende stadia van het brouwproces kunt u onderscheid maken tussen het mouten en het brouwen. De ingrediënten maken van elk type bier een geval apart: het water, de mout, de suiker en de hop. Het brouwen van bier vereist nauwkeurigheid en is een cocktail van chemie, biologie en kookkunst.
Om bier te brouwen zijn de volgende vijf stappen nodig:
1. allereerst heeft men een zetmeelbron nodig, meestal gerstenmout
2. vervolgens schroot men de moutkorrels om het zetmeel vrij te maken
3. dit zetmeel zet men om in eenvoudige suikers
4. men voegt gist toe om het suiker in alcohol om te zetten
5. de aldus bekomen troebele vloeistof laat men rusten alvorens te filtreren.
Het resultaat van deze handelingen is bier. Bier kan zoet of bitter zijn, blond of donker, troebel of briljant helder, parelend en in min of meerdere mate alcoholisch. Dit is het basisrecept voor alle brouwers ter wereld.
Mout verschilt van gerst door zijn broosheid, zijn lichtjes zoete smaak, zijn min of meer gekarameliseerde geur en zijn kleur. Om Orval te brouwen, wordt er bleekmout en een weinig karamelmout gebruikt. De schrootmolen levert de brouwer een soort moutmeel, dat hij mengt met water van de Mathildebron. Het beslag moet voortdurend geroerd worden. Vroeger gebruikten de brouwers daarvoor een roervork, doch de moderne beslagkuipen zijn uitgerust met een mechanisch roerwerk. Ondertussen moet de brouwer de temperatuur van het beslag nauwkeurig volgen.
Na enkele uren reeds verkrijgt men, via de infusiemethode, een zoete vloeistof, wort genoemd. Deze wort wordt gefilterd en overgepompt naar de kookketel, waar hij gekookt wordt en op smaak gebracht wordt door toevoeging van fijne Duitse en Joegoslavische hoppen. Tijdens dit kookproces wordt de witte kandij toegevoegd. Na het koken is het wort steriel en is het belangrijk infectie te vermijden. Wort is immers rijk aan stikstofverbindingen en een gemakkelijke prooi voor bacteriën. Nochtans moet het wort gekoeld worden tot een geschikte temperatuur om de gist toe te voegen. Dit gebeurt door middel van een platenkoeler die vooraf steriel gemaakt is.
De gekoelde wort gaat vervolgens naar de gistkuipen, waar gist wordt ingezaaid die gekweekt wordt op basis van een reincultuur. Hierop volgt een hevige gisting waarbij eerst schuim en later de gist komt bovendrijven. De hoofdgisting duurt vijf tot zes dagen. Gist vormt het hoofdingrediënt van bier. Zonder gist zou een gelijkaardige drank nooit bestaan hebben. Dat de gist verantwoordelijk is voor de gisting weten we slechts sinds 1830. De Duitse scheikundige Mayer, die als eerste deze microscopisch kleine organismen isoleerde, doopte ze saccharomycen, een wetenschappelijke naam voor "suikerzwam". Na Pasteur kwam de Deen Hansen; hij isoleerde zowel de lage gist als de hoge gist. In Orval wordt een stam van deze hoge gist gebruikt. Deze gistsoort werkt tussen de 15°C en 20°C en komt, zoals het schuim, bovendrijven tijdens de gisting.
Na de hoofdgisting wordt het jongbier overgepompt naar de lagertanks. Het bier rijpt er, krijgt een betere smaak en verzadigt zich met koolzuurgas. De lagering duurt drie weken bij een temperatuur van 15°C. Tijdens de lagering wordt de speciale gist van Orval toegevoegd, die het bier zijn typische smaak geeft. Deze nagisting op tank geeft het bier zijn onvergelijkbare smaak, terwijl de verse hop die toegevoegd werd het boeket versterkt.
De hop, die slechts laat opdook als smaakmaker bij het brouwen van bier, heeft meerdere toepassingen. Hoewel ook gebruikt in de geneeskunde, is het toch de brouwerij die de hop tot industrieel gekweekte plant heeft gemaakt. Zeer bekende variëteiten zijn de Hallerthau (Beieren) en de Stynë (Joegoslavië.). Beiden worden in Orval gebruikt.
Voor het afvullen, wordt het bier overgepompt naar een mengtank, waar vloeibaar kandijsuiker en gist worden toegevoegd voor de hergisting op fles. De afvulzaal, die volledig geautomatiseerd is, heeft een capaciteit van 20.000 33-cl flessen per uur.
In warme kamers hergist het bier van Orval gedurende 5 weken aan 15°C. Deze hergisting op fles verloopt zoals de hoofdgisting. Het bier verzadigt zich met koolzuurgas, dat tijdens deze fase gevormd wordt, waardoor de romige schuimkraag gevormd wordt.
Ongeveer 10 weken na het brouwen verlaat het bier van Orval de brouwerij, na meerdere malen gecontroleerd geweest te zijn op kwaliteit. Dit bier zal de consument veel genot schenken, als de regels gerespecteerd worden.
Brasserie d'Orval S.A.
B-6823 Villers-devant-Orval
België
website http://www.orval.be